12 Grootste Zwarte Gaten In Het Heelal
Zwarte gaten zijn de zwaarste en meest extreme objecten in het heelal. In hun kern is de zwaartekracht zo intens dat zelfs licht er niet aan kan ontsnappen. Toch zijn ze ongelooflijk moeilijk te vinden: een zwart gat straalt per definitie niets uit. Astronomen moeten afgaan op indirecte aanwijzingen, zoals sterren die met absurde snelheden om een onzichtbaar punt cirkelen, of licht van verre sterrenstelsels dat wordt verbogen door een enorme, onzichtbare massa.
In 2019 slaagde de Event Horizon Telescope erin om voor het eerst een zwart gat te fotograferen: het superzware exemplaar in het centrum van sterrenstelsel Messier 87. In 2022 volgde een foto van Sagittarius A*, het zwarte gat in het hart van onze eigen Melkweg. Die beelden waren historisch, maar de zwarte gaten in dit overzicht opereren op een schaal die zelfs M87* doet verbleken. We rangschikken op massa, uitgedrukt in zonsmassa's: het aantal keren dat de massa van ons eigen zonnestelsel's centrale ster erin past. De schattingen zijn gebaseerd op peer-reviewed publicaties in onder meer Monthly Notices of the Royal Astronomical Society en The Astrophysical Journal. Het zijn de zwaarste objecten die we kennen, zwaarder dan welk ruimteschip ook, zwaarder dan sterren, zwaarder dan sommige sterrenstelsels.
Wat opvalt: de zwaarste zwarte gaten bevinden zich vrijwel altijd in het centrum van enorme, vaak inactieve sterrenstelsels. Het zijn kosmische fossielen, het eindresultaat van miljarden jaren aan botsingen en samenvloeiingen. En we ontdekken er steeds meer. In augustus 2025 publiceerden astronomen de meest nauwkeurige meting ooit van een ultramassief zwart gat op grote afstand, in een sterrenstelsel dat bekend staat als de Cosmic Horseshoe. Dat monster haalde meteen de top vijf.
M87*
Op 10 april 2019 ging een foto de wereld rond die de wetenschap voorgoed veranderde: een gloeiende ring van oranjerood licht rond een donkere kern. Het was het eerste directe beeld van een zwart gat, gemaakt door de Event Horizon Telescope, een wereldwijd netwerk van radiotelescopen op vier continenten dat samenwerkte als één aardgroot observatorium.
M87* bevindt zich in het centrum van het reusachtige elliptische sterrenstelsel Messier 87, het dominante stelsel van het Virgo-cluster op 53 miljoen lichtjaar van de aarde. Met 6,5 miljard zonsmassa's is het naar de maatstaven van dit overzicht 'bescheiden', maar de schaduw van M87* is zo groot dat een lichtstraal er tweeënhalve dag over doet om hem te doorkruisen. Het zwarte gat spuwt bovendien een relativistische jet van plasma uit die meer dan 5.000 lichtjaar het sterrenstelsel in reikt.
De foto van M87* was niet alleen een technisch hoogstandje maar ook een directe bevestiging van Einsteins algemene relativiteitstheorie. De ring van licht komt exact overeen met wat de theorie voorspelt rond een object met deze massa. In 2024 publiceerde het EHT-team een bijgewerkt beeld met hogere resolutie, waarin de magnetische veldstructuur rond de accretieschijf zichtbaar werd.
💡 Wist je dat? Om de foto van M87* te maken, verzamelden acht radiotelescopen op vier continenten samen vijf petabyte aan data. Dat is zoveel dat het sneller was om de harde schijven per vliegtuig naar het verwerkingscentrum te sturen dan de data via internet te verzenden.
S5 0014+81
S5 0014+81 is een blazar: een type quasar waarbij een van de relativistische jets recht op de aarde is gericht. Dat maakt hem schijnbaar helderder dan hij werkelijk is, alsof je recht in de koplampen van een naderende auto kijkt. Toch is de werkelijke energie-uitstoot van dit object overweldigend: de lichtkracht bedraagt meer dan 10^41 watt.
Het zwarte gat dat deze blazar aandrijft heeft een geschatte massa van 11 tot 14 miljard zonsmassa's. Dat is meer dan het dubbele van M87*. De schattingen zijn gebaseerd op de helderheid en breedte van spectraallijnen in het licht van de accretieschijf. Die methode heeft een flinke onzekerheidsmarge, want de jetgeometrie compliceert de berekening.
S5 0014+81 bevindt zich op 12,1 miljard lichtjaar afstand. Het licht dat we nu opvangen vertrok toen het heelal nog geen twee miljard jaar oud was. Dat een zwart gat in zo'n vroeg stadium al zo zwaar kon zijn, is een van de grote raadsels van de moderne astrofysica. Recente waarnemingen met de James Webb-ruimtetelescoop suggereren dat sommige van deze vroege monsters 'groot geboren' zijn: ze begonnen niet klein maar ontstonden direct met massa's van honderdduizenden zonsmassa's.
💡 Wist je dat? Als S5 0014+81 op de afstand van Pluto zou staan, zou het net zo helder aan de hemel schijnen als onze zon. Het is een van de weinige objecten in het heelal die letterlijk met een sterrenstelsel kan concurreren in lichtkracht.
NGC 1600*
NGC 1600 is een elliptisch sterrenstelsel in een relatief dunbevolkte regio van het heelal, ver van de grote clusters waar je normaal de zwaarste zwarte gaten verwacht. Toch herbergt het een monster van 17 miljard zonsmassa's. Die ontdekking in 2016 verbaasde astronomen, want het druiste in tegen de gangbare aanname dat de zwaarste zwarte gaten alleen in de drukste kosmische buurten voorkomen.
De massa werd bepaald door de bewegingen van sterren rond het centrum van het sterrenstelsel te meten met de Gemini-telescoop op Hawaï. De sterren in de kern bewegen met snelheden van honderden kilometers per seconde, aangedreven door de zwaartekracht van het onzichtbare centrum.
Een mogelijke verklaring voor de extreme massa is dat NGC 1600 ooit het centrale sterrenstelsel was van een veel groter cluster dat in de loop van miljarden jaren is uiteengevallen. De zwarte gaten van de verdwenen satellietstelstels zijn waarschijnlijk samengesmolten met het centrale exemplaar. Wat overblijft is een eenzame reus met een disproportioneel zwaar hart.
💡 Wist je dat? Het zwarte gat in NGC 1600 heeft in zijn directe omgeving een 'leegte' gecreëerd: een kern met opvallend weinig sterren. Astronomen vermoeden dat het zwarte gat de sterren letterlijk heeft opgeslokt of uit de kern heeft geslingerd via zwaartekrachtinteracties.
OJ 287*
OJ 287 is een van de meest fascinerende systemen in de sterrenkunde: twee superzware zwarte gaten die om elkaar heen draaien. Het primaire zwarte gat heeft een massa van 18,3 miljard zonsmassa's. Een kleiner 'metgezel' van zo'n 100 miljoen zonsmassa's cirkelt er in een elliptische baan omheen met een omlooptijd van twaalf jaar.
Elke twaalf jaar boort het kleinere zwarte gat zich tweemaal door de accretieschijf van het grotere, wat resulteert in heldere uitbarstingen die vanaf de aarde waarneembaar zijn. Die voorspelbare flikkeringen maakten het mogelijk om de massa van het primaire zwarte gat met ongebruikelijke precisie te bepalen. De timing van de uitbarstingen klopt alleen als je rekening houdt met de effecten van Einsteins algemene relativiteitstheorie, inclusief het 'meeslepen' van de ruimtetijd door het roterende zwarte gat.
Het systeem zendt bij elke passage zwaartekrachtgolven uit en verliest daardoor langzaam energie. Over naar schatting tienduizend jaar zullen de twee zwarte gaten samensmelten tot één kolossaal exemplaar. Die botsing zal een van de krachtigste gebeurtenissen in het waarneembare heelal zijn.
💡 Wist je dat? De baan van het kleinere zwarte gat in OJ 287 wijkt bij elke omloop 39 graden af van de vorige, doordat het zware primaire gat de ruimtetijd om zich heen meesleurt. Dit effect, frame-dragging genoemd, werd voorspeld door Einstein maar is hier voor het eerst op kosmische schaal waargenomen.
NGC 4889*
NGC 4889 is het helderste sterrenstelsel in het Coma-cluster, een van de dichtstbevolkte sterrenstelselverzamelingen in onze kosmische buurt. In het centrum huist een zwart gat waarvan de massa wordt geschat op 21 miljard zonsmassa's, al loopt de onzekerheidsmarge van 6 tot 37 miljard. Zelfs aan de onderkant van die schatting is het een van de zwaarste ooit gemeten.
Opmerkelijk: het zwarte gat is momenteel inactief. Er is geen accretieschijf, geen jet, geen quasarachtige uitbarsting. Het monster slaapt. In een eerder kosmisch tijdperk was dat anders. Astronomen vermoeden dat NGC 4889 ooit een actieve quasar was die zijn omgeving kaalvrat, tot er simpelweg niets meer over was om te absorberen.
De waarnemingshorizon van dit zwarte gat heeft een geschatte doorsnee van zo'n 130 miljard kilometer. Ter vergelijking: de afstand van de zon tot Pluto bedraagt gemiddeld 5,9 miljard kilometer. Het volledige zonnestelsel zou er ruim tien keer in passen.
💡 Wist je dat? NGC 4889 werd al in 1785 ontdekt door de Britse astronoom William Herschel, maar pas in 2011 berekenden wetenschappers hoe monsterlijk zwaar het centrale zwarte gat werkelijk is. Meer dan twee eeuwen lang keek de mensheid naar dit sterrenstelsel zonder te vermoeden wat erin schuilging.
Holmberg 15A*
In december 2019 publiceerden astronomen van het Max Planck Instituut voor Extraterrestrische Fysica de meest directe massameting ooit van een ultramassief zwart gat. Ze gebruikten de MUSE-spectrograaf op de Very Large Telescope in Chili om de bewegingen van sterren rond het centrum van Holmberg 15A in kaart te brengen. Het resultaat: 21,6 miljard zonsmassa's, met een relatief kleine foutmarge.
Wat deze meting bijzonder maakt is de methode. De meeste massaschattingen van verre zwarte gaten zijn indirect: ze berusten op de helderheid van quasars of de breedte van spectraallijnen. Maar bij Holmberg 15A konden de astronomen de individuele sterren in de kern volgen, net als bij de veel lichtere Sagittarius A* in onze eigen Melkweg. Dat levert een betrouwbaarder resultaat op.
Holmberg 15A is het centrale sterrenstelsel van het Abell 85-cluster en heeft een opvallend ijle kern. Computersimulaties tonen aan dat dit lege centrum waarschijnlijk is ontstaan doordat twee superzware zwarte gaten naar elkaar toe spiraalden en samensmolten. Tijdens dat proces werden sterren uit de kern geslingerd als kogels uit een kosmische katapult.
💡 Wist je dat? Eerdere schattingen van het zwarte gat in Holmberg 15A varieerden van 3 tot 310 miljard zonsmassa's. De MUSE-meting in 2019 bracht eindelijk duidelijkheid. Het verschil illustreert hoe lastig het is om zwarte gaten te wegen op honderden miljoenen lichtjaren afstand.
NGC 6166*
NGC 6166 is het centrale sterrenstelsel van het Abell 2199-cluster en een klassiek voorbeeld van een cD-sterrenstelsel: een supergroot elliptisch stelsel omgeven door een uitgestrekte halo van sterren en donkere materie. Het zwarte gat in het centrum wordt geschat op 28 miljard zonsmassa's.
Dat is indrukwekkend, maar wat NGC 6166 werkelijk onderscheidt is zijn jet. Een straal van relativistisch plasma schiet vanuit de kern meer dan 100.000 lichtjaar het omringende medium in. Ter vergelijking: de volledige diameter van onze Melkweg bedraagt zo'n 100.000 lichtjaar. De jet van NGC 6166 is dus vergelijkbaar met de breedte van een heel sterrenstelsel.
De jet verwarmt het omringende clustergas en voorkomt dat het afkoelt en nieuwe sterren vormt. Dit mechanisme, bekend als AGN-feedback, is een van de belangrijkste processen in de moderne kosmologie. Zonder de energetische uitbarstingen van superzware zwarte gaten zouden de grootste sterrenstelsels veel meer sterren bevatten dan ze nu doen.
💡 Wist je dat? Het Abell 2199-cluster waarin NGC 6166 zich bevindt bevat honderden sterrenstelsels die allemaal worden beïnvloed door de uitbarstingen van dit ene centrale zwarte gat. Het is als een burgemeester die het klimaat van een hele stad bepaalt door af en toe een enorme oven aan te zetten.
Abell 1201 BCG*
In 2023 publiceerde een team van de universiteit van Durham een baanbrekende ontdekking. Door honderdduizenden computersimulaties te draaien op de DiRAC-supercomputer, vergeleken ze hoe licht van een ver achterliggend sterrenstelsel wordt verbogen door de massa van Abell 1201. Alleen een model met een centraal zwart gat van 33 miljard zonsmassa's kon het waargenomen lichtpatroon verklaren.
Dat is bijzonder, want dit zwarte gat is niet actief. Het slokt geen materie op, straalt geen röntgenstraling uit en heeft geen zichtbare accretieschijf. Normaal gesproken zijn zulke 'slapende' zwarte gaten onmogelijk te detecteren op deze afstand. Maar de gravitatielenswerking verraadde zijn aanwezigheid.
Het is de eerste keer dat de massa van een zwart gat werd bepaald uitsluitend op basis van hoe het licht buigt. De onderzoekers stellen dat deze methode in de komende jaren duizenden nieuwe zwarte gaten kan onthullen, ook in sterrenstelsels waar geen actieve kern zichtbaar is. Dat zou ons beeld van de populatie ultramassieve zwarte gaten fundamenteel kunnen veranderen.
💡 Wist je dat? De eerste aanwijzing voor dit zwarte gat werd al in 2004 gevonden, toen astronoom Alastair Edge een vreemde lichtboog zag op Hubble-beelden. Het duurde negentien jaar en honderdduizenden simulaties voordat het team de massa definitief kon vaststellen.
Cosmic Horseshoe*
In augustus 2025 publiceerden onderzoekers van de universiteit van Portsmouth in Monthly Notices of the Royal Astronomical Society de ontdekking van wat mogelijk het zwaarste nauwkeurig gemeten zwarte gat is: 36 miljard zonsmassa's, in het centrum van een sterrenstelsel dat bekendstaat als de Cosmic Horseshoe. Dat is tienduizend keer zwaarder dan Sagittarius A* in onze Melkweg.
De Cosmic Horseshoe dankt zijn naam aan het spectaculaire Einstein-ring dat het vormt. Een achterliggend sterrenstelsel wordt door de extreme massa van het voorliggend stelsel verbogen tot een bijna perfecte hoefijzervorm. Het team combineerde voor het eerst twee meetmethoden: gravitatielenswerking (hoe het licht buigt) en stellaire kinematica (hoe snel sterren bewegen). Die combinatie leverde de meest robuuste meting ooit op van een zwart gat op deze afstand.
Het gaststerrenstelsel is een zogenaamde fossielgroep: het eindresultaat van een heel cluster van sterrenstelsels dat in de loop van miljarden jaren tot één enorm stelsel is samengesmolten. De onderzoekers vermoeden dat alle superzware zwarte gaten van de oorspronkelijke sterrenstelsels ook zijn samengesmolten tot het monster dat we nu waarnemen.
💡 Wist je dat? De ontdekking was een toevalstreffer. Het team bestudeerde de verdeling van donkere materie in de Cosmic Horseshoe en stuitte daarbij op aanwijzingen voor een extreem zware massa in het centrum. Het zwarte gat was niet waar ze naar zochten, maar werd het spectaculairste resultaat van hun onderzoek.
TON 618*
TON 618 is het zwarte gat dat iedereen kent van YouTube-vergelijkingsvideo's en NASA-animaties. Het werd voor het eerst waargenomen in 1957 vanuit het Tonantzintla-observatorium in Mexico, toen nog als een onopvallende blauwe 'ster'. Pas decennia later bleek het een quasar te zijn op meer dan 10 miljard lichtjaar afstand, aangedreven door een van de zwaarste zwarte gaten in het waarneembare heelal.
De massa is onderwerp van debat. Een schatting uit 2004 op basis van de breedte van spectraallijnen kwam uit op 66 miljard zonsmassa's. Dat is meer dan de gecombineerde massa van alle sterren in de Melkweg. Een herberekening in 2019 met een andere spectraallijn leverde een lagere waarde op van circa 40 miljard. Welk getal je ook aanhoudt, TON 618 behoort onbetwist tot de zwaarste bekende objecten.
De quasar die TON 618 aandrijft schijnt met een lichtkracht van 140 biljoen zonnen. Dat is zo fel dat het omringende sterrenstelsel volledig wordt overstraald en niet zichtbaar is vanaf de aarde. Om het zwarte gat heen zweeft een Lyman-alfanevel die twee keer zo groot is als de Melkweg.
💡 Wist je dat? De waarnemingshorizon van TON 618 heeft een geschatte straal van 800 tot 1.300 astronomische eenheden. Dat is 40 tot 65 keer de afstand van de zon tot Pluto. Een lichtstraal zou er weken over doen om de schaduw van dit zwarte gat te doorkruisen.
IC 1101*
IC 1101 is het grootste bekende sterrenstelsel in het waarneembare heelal. Met een diameter van meer dan 5,5 miljoen lichtjaar is het vijftig keer breder dan de Melkweg. In het centrum van dit galactische gevaarte schuilt een zwart gat waarvan de massa wordt geschat op 40 tot 100 miljard zonsmassa's, afhankelijk van de gebruikte methode.
Die enorme onzekerheidsmarge illustreert een fundamenteel probleem: hoe weeg je een zwart gat dat zo ver weg is dat je de individuele sterren eromheen niet kunt onderscheiden? De schattingen zijn gebaseerd op de zogenaamde break radius van de stellaire kern, een indirecte methode die gevoelig is voor aannames over de structuur van het sterrenstelsel.
Als de bovenkant van de schatting klopt, zou IC 1101* in dezelfde gewichtsklasse zitten als Phoenix A en daarmee de theoretische bovengrens van zwarte gaten naderen. Maar zelfs de onderkant van 40 miljard zonsmassa's maakt het tot een van de tien zwaarste objecten die we kennen. IC 1101 is het eindresultaat van een lange geschiedenis van kosmische kannibalisatie: het stelsel heeft in de loop van miljarden jaren honderden kleinere sterrenstelsels opgeslokt, inclusief hun centrale zwarte gaten.
💡 Wist je dat? Als IC 1101 op de positie van de Melkweg stond, zou de rand van het sterrenstelsel voorbij Andromeda reiken, ons dichtstbijzijnde grote buurstelsel op 2,5 miljoen lichtjaar. De Melkweg en Andromeda zouden allebei verdwijnen in de buitenwijken van IC 1101.
Phoenix A*
Phoenix A* is het zwaarste zwarte gat dat we kennen, met een geschatte massa van 100 miljard zonsmassa's. Dat is 25.000 keer zwaarder dan Sagittarius A* en zwaarder dan alle sterren in de Melkweg bij elkaar. De waarnemingshorizon heeft een doorsnede van naar schatting 590 miljard kilometer, oftewel bijna 4.000 astronomische eenheden. Het volledige zonnestelsel, inclusief de Kuipergordel, zou er honderd keer in passen.
Het zwarte gat bevindt zich in het centrum van het Phoenix-cluster, een van de helderste en zwaarste sterrenstelselclusters die ooit zijn waargenomen. Het cluster werd in 2010 ontdekt tijdens een survey met de South Pole Telescope op Antarctica. De massa van het zwarte gat is geschat aan de hand van een calorimetrisch model: een methode die kijkt naar hoeveel energie het zwarte gat in de loop van zijn bestaan in het omringende clustergas heeft gepompt.
Volgens de theoretische modellen van astronoom Priyamvada Natarajan van Yale University ligt de absolute bovengrens voor zwarte gaten rond de 100 miljard zonsmassa's. Boven die grens blazen zwarte gaten hun eigen voedseltoevoer weg: de straling van de accretieschijf wordt zo intens dat ze inkomende materie terugduwt. Als Phoenix A* werkelijk op die grens zit, is het niet alleen het zwaarste zwarte gat dat we kennen, maar mogelijk ook het zwaarste dat in dit heelal kan bestaan.
💡 Wist je dat? Phoenix A* groeit nog steeds, zij het langzaam: naar schatting 60 zonsmassa's per jaar. Bij dat tempo zou het 'slechts' zeventien miljoen jaar duren om de massa van Sagittarius A* toe te voegen aan zijn totaal. Op kosmische tijdschaal is dat een oogwenk.
Hoe weeg je een onzichtbaar object
Zwarte gaten zijn per definitie onzichtbaar. Ze zenden geen licht uit, reflecteren niets, en het enige dat hun grens markeert is een wiskundig oppervlak, de waarnemingshorizon, waarachter informatie voor altijd verdwijnt. Toch claimen astronomen massa's te kunnen meten tot op een factor twee. Hoe?
De gouden standaard is stellaire kinematica: het meten van de snelheid waarmee sterren rond het centrum van een sterrenstelsel bewegen. Hoe sneller ze gaan, hoe zwaarder het onzichtbare object dat ze in hun baan houdt. Deze methode werkt uitstekend voor nabije sterrenstelsels, maar faalt op grote afstanden omdat individuele sterren dan niet meer te onderscheiden zijn. Voor verre objecten gebruiken astronomen de breedte van spectraallijnen in het licht van quasars, of sinds kort gravitatielenswerking, zoals bij de Cosmic Horseshoe en Abell 1201. Elke methode heeft zijn eigen foutmarge, en dat verklaart waarom de massa's in dit overzicht soms een factor twee tot drie kunnen variëren.
Superzwaar, ultramassief en stupendously large
Niet elk groot zwart gat is even groot. Astronomen hanteren een informele indeling op basis van massa. Stellaire zwarte gaten, ontstaan uit ingestorte sterren, wegen enkele tientallen zonsmassa's. Tussenliggende zwarte gaten, waarvan het bestaan lang werd betwijfeld maar inmiddels is bevestigd, vullen het gat tussen honderden en honderdduizenden zonsmassa's. Superzware zwarte gaten, het type dat in het centrum van vrijwel elk groot sterrenstelsel huist, beginnen bij een miljoen zonsmassa's en lopen op tot enkele miljarden.
De zwaarste exemplaren in dit overzicht vallen in de categorie ultramassief: meer dan 10 miljard zonsmassa's. Die term is pas sinds de jaren 2010 in gebruik. En recentelijk introduceerden onderzoekers een nog extremere categorie: stupendously large black holes, of SLABs. Dat zijn hypothetische zwarte gaten van meer dan 100 miljard zonsmassa's. Phoenix A* zit precies op die grens. Of er nog grotere bestaan, weten we niet. Modellen suggereren dat zwarte gaten zichzelf begrenzen doordat hun straling hun eigen voedseltoevoer wegblaast. Maar het heelal heeft vaker laten zien dat theoretische limieten slechts suggesties zijn.
De paradox van de te vroege reuzen
Een van de grootste raadsels in de hedendaagse astrofysica is het bestaan van ultrazware zwarte gaten in het vroege heelal. De James Webb-ruimtetelescoop heeft sterrenstelsels waargenomen die al enkele honderden miljoenen jaren na de oerknal zwarte gaten bevatten van miljarden zonsmassa's. Dat zou niet moeten kunnen. Een zwart gat kan niet sneller groeien dan de zogenaamde Eddingtonlimiet toelaat: de maximale snelheid waarmee materie kan invallen voordat de uitgaande straling de instroom blokkeert.
Toch zijn ze er. Recente waarnemingen met JWST van quasar J1120+0641 toonden een zwart gat van meer dan een miljard zonsmassa's toen het heelal pas 690 miljoen jaar oud was. De voedingsmechanismen leken volkomen normaal, wat uitsloot dat het extreem snel had gegroeid. De conclusie van een groeiend aantal astronomen: deze zwarte gaten zijn 'groot geboren'. Ze ontstonden niet uit ingestorte sterren maar rechtstreeks uit kolossale gaswolken die in het vroege heelal direct tot zware zwarte gaten collapseerden, met beginmassa's van honderdduizenden zonsmassa's.
Van M87* tot Phoenix A: de schaal is onbevattelijk
De twaalf zwarte gaten in dit overzicht variëren van 6,5 miljard tot 100 miljard zonsmassa's. Dat verschil van een factor vijftien klinkt overzichtelijk, maar de absolute schaal is dat niet. Sagittarius A*, het zwarte gat in het centrum van de Melkweg met zijn 4 miljoen zonsmassa's, zou in dit overzicht niet eens als voetnoot kwalificeren. M87*, de nummer 12 op deze lijst, is al 1.600 keer zwaarder. En Phoenix A* is 25.000 keer zwaarder dan Sagittarius A*.
Om die schaal enigszins voorstelbaar te maken: als Sagittarius A* de grootte had van een tennisbal, zou Phoenix A* een bol zijn met een doorsnede van bijna 300 meter, ruwweg de hoogte van de Eiffeltoren. Ter vergelijking: zelfs de hoogste bergen op aarde zouden als stofdeeltjes verdwijnen naast dit object. De waarnemingshorizon van Phoenix A* is zo groot dat licht er maanden over zou doen om hem te doorkruisen. En toch is het in kosmische termen een puntvormig object: oneindig compact, verborgen achter een wiskundig oppervlak waarachter de bekende natuurkunde ophoudt te bestaan.
Laatst gecontroleerd: 2 april 2026















