8 Grootste Planeten Van Ons Zonnestelsel
Jupiter is de grootste planeet van ons zonnestelsel, maar de acht planeten die om de zon draaien verschillen zo enorm van elkaar dat een vergelijking bijna niet te bevatten is. De kleinste, Mercurius, is nauwelijks groter dan onze maan. Jupiter is zo groot dat alle andere planeten samen er gemakkelijk in passen, met ruimte over.
Deze lijst rangschikt alle acht officieel erkende planeten van ons zonnestelsel op diameter, van groot naar klein. Pluto telt niet mee: de Internationale Astronomische Unie (IAU) degradeerde hem in 2006 tot dwergplaneet omdat hij zijn baangebied niet heeft vrijgemaakt van andere objecten, een van de drie vereisten voor een volwaardige planeet.
Het valt meteen op hoe schril het contrast is tussen de vier buitenste gasreuzen en de vier binnenste rotsplaneten. Jupiter heeft een diameter van bijna 140.000 kilometer. De aarde, op plek vijf, haalt er 12.756. Dat is een factor elf. Nergens in ons zonnestelsel wordt het verschil in schaal zo duidelijk als in deze ranglijst.
Mercurius
Mercurius is de kleinste planeet van het zonnestelsel en die het dichtst bij de zon staat. Met een diameter van 4.879 kilometer is hij ruim twee keer zo klein als de aarde, maar slechts iets groter dan onze maan. Toch is Mercurius geen onbelangrijke planeet: zijn ijzeren kern is naar verhouding de grootste van alle planeten en beslaat circa 85 procent van het totale volume van de planeet. Ter vergelijking: de kern van de aarde neemt maar 17 procent in. Die disproportioneel grote kern is vermoedelijk het gevolg van een enorme botsing vroeg in de geschiedenis van het zonnestelsel, waarbij Mercurius zijn buitenste rotslagen verloor.
Vanwege het ontbreken van een echte atmosfeer kent Mercurius de extremiste temperatuurschommelingen van alle planeten: overdag kan het oplopen tot 430 graden Celsius, 's nachts zakt de thermometer naar -170 graden. Dat is een dagelijks temperatuurverschil van 600 graden. Venus is heter door haar broeikaseffect, maar de extremen zijn er milder. Een dag op Mercurius duurt 59 aardse dagen, een jaar 88. Dat betekent dat de zon af en toe terugdraait aan de hemel van Mercurius: vlak bij het perihelium gaat de planeet zo snel dat de zon tijdelijk in omgekeerde richting over de hemel beweegt, aldus metingen van de NASA-sonde MESSENGER die de planeet van 2011 tot 2015 bestudeerde.
Ondanks zijn nabijheid tot de zon heeft MESSENGER in 2012 ijs aangetroffen in permanente schaduwkraters bij de polen. Die kraters zijn nooit blootgesteld aan direct zonlicht. Het ijs is vermoedelijk afkomstig van kometen of planetoïden die in de loop van miljarden jaren op Mercurius insloegen.
💡 Wist je dat? Mercurius is kleiner dan twee manen in ons zonnestelsel: Ganymedes (de maan van Jupiter) en Titan (de maan van Saturnus) zijn allebei groter dan de kleinste planeet.
Mars
Mars is de vierde planeet vanaf de zon en qua diameter ongeveer de helft van de aarde. Zijn oppervlak is qua totale oppervlakte vergelijkbaar met al het landoppervlak op aarde. Dat maakt Mars eerder een kleine dan een middelgrote planeet, maar wat hij mist in omvang, maakt hij goed met spectaculaire geologie. Olympus Mons is de grootste vulkaan van het gehele zonnestelsel: 21 kilometer hoog en 600 kilometer breed aan de basis. Ter vergelijking: de Mount Everest is 8,8 kilometer hoog. Als iemand bovenop Olympus Mons zou staan, zou de horizon zo ver weg zijn dat de flanken van de vulkaan achter de bolronde horizon verdwijnen. De vulkaan is zo breed dat je hem niet in één blik kunt overzien.
Mars dankt zijn rode kleur aan roestend ijzer in de bodem. De roest is niet het resultaat van waterinwerking maar van directe oxidatie door zuurstof in de atmosfeer, die voor 95 procent uit koolstofdioxide bestaat. De atmosfeer is zo ijl dat de luchtdruk op het oppervlak minder dan één procent van die op aarde bedraagt. Toch waaien er soms planeetomvattende stofstormen die maandenlang kunnen duren en het oppervlak volledig aan het zicht onttrekken. Zulke stormen bedreigden meermaals de NASA-rovers die op Mars rijden, doordat het stof de zonnepanelen bedekt.
Mars heeft twee kleine, aardappelvormige maantjes: Phobos en Deimos. Phobos beweegt zo snel en zo dicht bij Mars dat hij in minder dan een Marsdag (24 uur en 39 minuten) twee keer om de planeet draait en dus in het westen opkomt en in het oosten ondergaat. Bovendien nadert Phobos Mars met circa twee centimeter per jaar. Over vijftig miljoen jaar botst hij op de planeet, of hij desintegreert in een ring.
💡 Wist je dat? Mars heeft een canyon die alle records op aarde verplettert: de Valles Marineris is 4.000 kilometer lang, 200 kilometer breed en 7 kilometer diep. Ter vergelijking: de Grand Canyon is 446 kilometer lang en 1,8 kilometer diep.
Venus
Venus is de zesde grootste planeet van het zonnestelsel en nagenoeg een tweeling van de aarde in grootte: haar diameter van 12.104 kilometer is slechts 638 kilometer kleiner. Toch lijkt ze in werkelijkheid zo weinig op de aarde dat ze ook wel de 'verschrikkelijke planeet' wordt genoemd. De atmosfeer bestaat voor 96 procent uit koolstofdioxide en veroorzaakt een broeikaseffect dat de oppervlaktetemperatuur op gemiddeld 462 graden Celsius brengt, heet genoeg om lood te laten smelten. De atmosferische druk aan het oppervlak is 92 keer zo hoog als op aarde, vergelijkbaar met de druk op 900 meter zeediepte. Russische Venera-sondes die op Venus landden werden door de extreme omstandigheden in gemiddeld minder dan twee uur volledig vernietigd.
Venus heeft de traagste rotatie van alle planeten. Eén dag op Venus duurt 243 aardse dagen, terwijl een jaar er maar 225 duurt. Een etmaal is er dus langer dan een jaar, iets wat in het hele zonnestelsel alleen bij Venus voorkomt. Bovendien draait Venus in de tegenovergestelde richting van de meeste andere planeten: de zon komt er op in het westen en gaat onder in het oosten. Hoe Venus aan die retrograde rotatie is gekomen, is nog niet definitief verklaard. Een botsing met een groot object vroeg in de planeetgeschiedenis, of een complex wisselspel van getijdenkrachten en atmosferische stroming zijn de voornaamste kandidaten.
Venus is het helderste punt aan de aardse sterrenhemel na de zon en de maan. Die helderheid komt van het dichte wolkendek van zwavelzuur dat alle zonnestraling reflecteert. Tegelijk zorgt dat wolkendek ervoor dat we het oppervlak nooit rechtstreeks kunnen fotograferen: NASA's Magellan-sonde bracht het tussen 1990 en 1994 in kaart met radarstraling.
💡 Wist je dat? In 2020 beweerden onderzoekers fosfine te hebben aangetroffen in de atmosfeer van Venus, een gas dat op aarde alleen door levende organismen wordt geproduceerd. Het wetenschappelijke debat over die claim is nog altijd niet beslecht.
Aarde
De aarde staat op plek vijf van grootste planeten in ons zonnestelsel en is de grootste van de vier rotsplaneten. Haar diameter van 12.756 kilometer maakt haar minuscuul in vergelijking met de gasreuzen, maar groot genoeg voor een geologisch actieve wereld met platentektoniek, vulkanisme, vloeibaar water en leven. Terwijl Jupiter meer dan 1.300 aardbollen kan bevatten, past de zon er 1,3 miljoen van in. De verhoudingen in het zonnestelsel zijn moeilijk voorstelbaar, maar de aarde zelf is al indrukwekkend genoeg: haar diameter is tweemaal die van Mars en ruim 2,5 keer die van Mercurius.
Wat de aarde uniek maakt in het zonnestelsel is niet haar grootte maar haar combinatie van omstandigheden. Vloeibaar water aan het oppervlak, een stabiele atmosfeer met de juiste mix van gassen, een magnetisch veld dat de planeet beschermt tegen de schadelijkste zonnestraling, en een enorme maan die de rotatietilt van de aardas stabiliseert. Die stabiliteit maakt de seizoenen voorspelbaar en het klimaat langdurig leefbaar. Zonder de maan zou de aardashoek chaotisch schommelen, waardoor het klimaat er volledig anders uit zou zien.
De aardatmosfeer bestaat voor 78 procent uit stikstof en 21 procent uit zuurstof. Die relatief grote hoeveelheid zuurstof is het rechtstreekse gevolg van miljarden jaren fotosynthese door bacteriën en planten. Op Venus en Mars, vergelijkbare rotsplaneten, bestaat de atmosfeer voor meer dan 95 procent uit koolstofdioxide. Het is de biosfeer die onze atmosfeer fundamenteel anders heeft gemaakt.
💡 Wist je dat? De aarde is de meest compacte en dichtste planeet van het zonnestelsel: haar gemiddelde dichtheid van 5,5 gram per kubieke centimeter overtreft alle andere planeten. Dat heeft te maken met de zware ijzerkern die 32 procent van de totale aardmassa uitmaakt.
Neptunus
Neptunus is de verste planeet van het zonnestelsel en de vierde grootste in diameter. In gewicht is hij zwaarder dan zijn iets grotere buur Uranus, ondanks de kleinere omvang: hij is 17,2 keer zo zwaar als de aarde, Uranus 14 keer. Dat verschil in dichtheid weerspiegelt een andere interne samenstelling. Neptunus is een ijsreus, een categorie waarvoor de naam enigszins misleidend is: het 'ijs' bestaat niet uit bevroren water maar uit een mengsel van water, methaan en ammoniak onder extreme druk, dat zich als een dik, warm plasma gedraagt, heter dan het oppervlak van de zon.
Wat Neptunus het meest opvallend maakt, zijn zijn winden. Met gemeten snelheden tot 2.100 kilometer per uur zijn het de krachtigste in het zonnestelsel. Ter vergelijking: de sterkste tropische cyclonen op aarde halen 300 kilometer per uur. Hoe een planeet die amper zonlicht ontvangt zulke stormkracht opwekt, heeft wetenschappers lang voor raadsels gesteld. De warmte-uitstraling van het planeetinnere speelt waarschijnlijk een rol. Neptunus straalt circa 2,6 keer meer energie uit dan hij van de zon ontvangt.
Neptunus was de eerste planeet waarvan het bestaan al werd berekend voordat iemand hem had gezien. De Franse wiskundige Urbain Le Verrier voorspelde in 1846 zijn positie op basis van onverklaarbare verstoringen in de baan van Uranus. Johann Galle richtte zijn telescoop op de berekende plek en vond Neptunus op minder dan één booggraad van de voorspelde positie. Het was een triomf van de wiskunde. De maan Triton, ontdekt al zeventien dagen later, draait als enige grote maan van het zonnestelsel in de verkeerde richting om zijn planeet. Dat is een sterke aanwijzing dat hij ooit een los dwergplanetensysteem uit de Kuipergordel was dat door Neptunus werd ingevangen.
💡 Wist je dat? Neptunus voltooide pas in 2011 zijn eerste volledige omloop om de zon sinds zijn ontdekking in 1846. Eén Neptunusjaar duurt bijna 165 aardse jaren.
Uranus
Uranus is de op twee na grootste planeet en tegelijk de meest eigenzinnige in zijn beweging. Zijn rotatieas ligt bijna volledig op zijn kant, met een helling van 97,77 graden. Alle andere planeten draaien min of meer rechtop om hun as. Uranus rolt als een bal langs zijn baan om de zon. Het gevolg zijn extreme seizoenen: gedurende één kwart van zijn 84-jarige jaar schijnt de zon continu op de noordpool, terwijl de zuidpool in volledige duisternis is. Een poolwinter op Uranus duurt 21 aardse jaren. De meest waarschijnlijke verklaring is een gigantische botsing met een groot hemellichaam vroeg in de planeetgeschiedenis, die Uranus letterlijk op zijn kant wierp. Bovendien zijn er aanwijzingen dat niet één maar twee botsingen voor de extreem gekantelde as verantwoordelijk zijn.
Uranus is een ijsreus en heeft een cyaan tot lichtblauwe kleur door methaan in de atmosfeer, dat het rode zonlicht absorbeert en blauw terugkaatst. Hij is lichter blauw dan Neptunus, zijn naaste verwant. Onderzoekers van het Amerikaanse onderzoekscentrum NOIRLab ontdekten in 2022 dat dit verschil wordt veroorzaakt door een dikkere mistlaag rond Uranus die zijn kleur verdunt. De atmosfeer bestaat voor circa 82 procent uit waterstof, 15 procent helium en 2,3 procent methaan. Met een gemeten minimumtemperatuur van -224 graden Celsius heeft Uranus de koudste atmosfeer van alle planeten, nog kouder dan Neptunus dat verder van de zon staat.
Uranus was de eerste planeet die na de uitvinding van de telescoop werd ontdekt. William Herschel zag hem op 13 maart 1781, maar nam hem aanvankelijk voor een komeet. Later bleek het een planeet. Herschel wilde hem 'Georgium Sidus' noemen, naar de Engelse koning George III. Pas in 1850 werd de naam Uranus officieel aanvaard. Tot op heden heeft slechts één ruimtevaartuig Uranus bezocht: Voyager 2 in 1986. NASA bereidt momenteel een nieuwe orbitermissie voor.
💡 Wist je dat? Het magnetische veld van Uranus is niet gecentreerd in het midden van de planeet maar wordt opgewekt ergens halverwege het oppervlak, en staat in een hoek van 60 graden ten opzichte van de rotatieas. Op aarde en Jupiter is het magnetisch veld vrijwel in lijn met de rotatieas.
Saturnus
Saturnus is de tweede grootste planeet en het meest herkenbare object van het zonnestelsel, dankzij zijn uitgebreide ringenstelsel. De ringen bestaan uit miljarden brokken ijs en gesteente, van de grootte van een suikerkorrel tot die van een meerstorenhuis, die in een dunne schijf om de planeet cirkelen. Die schijf is tot 280.000 kilometer breed maar gemiddeld slechts 20 meter dik, wat hem qua verhoudingen dunner maakt dan een vel aluminiumfolie ten opzichte van zijn middellijn. De ringen zijn niet altijd even zichtbaar: omdat het vlak van de ringen elke 15 jaar rechtstreeks naar de aarde is gericht, lijken ze tijdelijk te verdwijnen.
Saturnus heeft meer manen dan welke andere planeet ook. Per 2026 telt de IAU 274 manen en maantjes, waarvan Titan verreweg de grootste is: met een diameter van 5.150 kilometer is hij groter dan de planeet Mercurius en heeft hij de enige substantiële atmosfeer van alle manen in het zonnestelsel. De NASA-Huygens-sonde landde in 2005 op Titan en ontdekte meren en rivieren van vloeibaar methaan. Enceladus, een andere maan van Saturnus, spuit waterijs de ruimte in via ijsvulkanen aan de zuidpool. Onder het ijs verbergt hij vermoedelijk een vloeibare oceaan, een van de meest kansrijke plekken voor leven buiten de aarde.
Saturnus is de minst dichte planeet van het zonnestelsel: met een gemiddelde dichtheid van 0,69 gram per kubieke centimeter is hij lichter dan water. Als er een oceaan groot genoeg bestond, zou Saturnus erin drijven. Die lage dichtheid is een gevolg van zijn samenstelling: net als Jupiter bestaat hij voornamelijk uit waterstof en helium zonder hard oppervlak. In de kern bevindt zich vermoedelijk een rotsachtige brok van 10 tot 20 aardmassa's, omgeven door metallisch waterstof en een dikke atmosfeer.
💡 Wist je dat? De hexagonale storm op de noordpool van Saturnus is een van de meest vreemde structuren in het zonnestelsel: een zes-hoekige stormstructuur van ruim 30.000 kilometer breed, met windsnelheden tot 320 kilometer per uur, die al tientallen jaren stabiel blijft.
Jupiter
Jupiter is de grootste planeet van het zonnestelsel en zo dominant in massa dat zijn middelpunt van zwaartekracht met de zon buiten het zonneoppervlak ligt. Alle andere planeten samen halen niet eens de helft van Jupiters massa. In het zonnestelsel is hij na de zon de tweede grootste massa. Zijn diameter van bijna 140.000 kilometer is elf keer die van de aarde. Als de aarde zo groot is als een druif, is Jupiter zo groot als een basketbal. Er passen meer dan 1.300 aardbollen in hem. Toch is zijn dichtheid opvallend laag: hij bestaat voornamelijk uit waterstof en helium, net als de zon, en heeft geen vast oppervlak. Wie naar beneden zou zakken door zijn atmosfeer, zou steeds dichter wordend gas tegenkomen, dat geleidelijk overgaat in vloeibaar metallisch waterstof diep in het binnenste.
Jupiters meest iconische kenmerk is de Grote Rode Vlek, een anticyclonische storm die al meer dan 300 jaar actief is en ooit twee keer zo groot was als de aarde. Metingen van ruimtesonde Juno, die Jupiter sinds 2016 bestudeert, laten zien dat de storm de afgelopen decennia is gekrompen maar ook dieper reikt dan gedacht: de wortels van de vlek reiken honderden kilometers diep in de atmosfeer. De snelste windstromen op Jupiter bewegen met 600 kilometer per uur. Jupiter is ook de snelst roterende planeet: een dag duurt er minder dan tien uur, waardoor de planeet zichtbaar afgeplat is aan de polen.
Jupiter heeft een bijzondere rol in het zonnestelsel gespeeld. Door zijn enorme massa heeft hij in de vroege geschiedenis van het zonnestelsel asteroïden en kometen ingevangen of afgebogen, waardoor de binnenste planeten minder inslagen kregen dan ze anders zouden hebben gehad. Toch heeft hij ook asteroïden de kant van de aarde op gestuurd. Netto heeft Jupiter de impact-frequentie op aarde waarschijnlijk eerder verminderd, al is het exacte effect nog onderwerp van wetenschappelijk debat. In 1994 keken astronomen voor het eerst rechtstreeks toe bij een catastrofale botsing: 21 fragmenten van komeet Shoemaker-Levy 9 sloegen in op Jupiters zuidelijk halfrond met gezamenlijk honderdduizenden megatons explosiefkracht.
💡 Wist je dat? Europa, de op-drie-na-grootste maan van Jupiter, bevat naar schatting meer vloeibaar water dan alle oceanen op aarde samen. Onder een dik ijsoppervlak verbergt zich een zoute oceaan, aangedreven door getijdenwarmte van Jupiter. De NASA Europa Clipper-sonde is in 2024 gelanceerd om dat te onderzoeken.
Gasreuzen en ijsreuzen zijn fundamenteel verschillende planeten
De vier buitenste planeten worden vaak samen 'gasreuzen' genoemd, maar dat is te simpel. Jupiter en Saturnus zijn echte gasreuzen: ze bestaan bijna volledig uit waterstof en helium, dezelfde ingrediënten als de zon. Uranus en Neptunus worden tegenwoordig als 'ijsreuzen' beschouwd, een aparte categorie die in de jaren negentig werd ingevoerd. Ze bevatten relatief minder waterstof en helium, en meer water, methaan en ammoniak in een exotische, plasma-achtige toestand diep in hun binnenste. Dat verschil in samenstelling verklaart waarom ze compacter zijn dan de gasreuzen en een andere kleur hebben.
De vier rotsplaneten dichter bij de zon zijn om dezelfde reden klein. Toen de zon na haar vorming sterke zonnewind produceerde, blies die de lichte gassen waterstof en helium weg uit het binnenste zonnestelsel. Wat overbleef waren zware, rotsachtige en metallische materialen: ijzer, silicaten, nikkel. Mercurius, Venus, aarde en Mars zijn hieruit opgebouwd. Verder van de zon was de temperatuur laag genoeg voor ijs en de zwaartekracht groot genoeg om ook de gassen vast te houden, waardoor Jupiter en Saturnus reuzen konden worden.
De ringen van de vier grote planeten
Niet alleen Saturnus heeft ringen: alle vier de grote planeten hebben een ringstelsel. Maar de verschillen zijn enorm. De ringen van Saturnus zijn duizenden kilometers breed en bestaan uit helderwit ijs dat het zonlicht sterk reflecteert, wat ze ook met kleine telescopen vanop aarde zichtbaar maakt. De ringen van Jupiter zijn donker en dun, ontdekt door Voyager 1 pas in 1979 en amper zichtbaar. De ringen van Uranus zijn ook donker en smal, ontdekt in 1977 toen een ster merkwaardig knipperde bij een Uranus-passage. De ringen van Neptunus, ontdekt door Voyager 2 in 1989, zijn ongelijkmatig verdeeld en hebben opvallende bogen.
De oorsprong van ringenstelsels is nog steeds onderwerp van wetenschappelijk debat. Voor Saturnus zijn de ringen vermoedelijk de restanten van een maan van ijs die te dicht bij de planeet raakte en uiteen werd getrokken door getijdenkrachten. De leeftijd van de ringen is omstreden: sommige onderzoeken suggereren dat ze pas 100 miljoen jaar geleden zijn ontstaan, een fractie van de leeftijd van het zonnestelsel. Dat zou betekenen dat we er in een bijzondere periode van in leven zijn. Juno- en Cassini-sondemetingen hebben aangetoond dat de ringen langzaam opdoeken, opgeslokt door de atmosfeer van Saturnus. Over enkele honderden miljoenen jaren zijn ze verdwenen.
Manen: de werelden buiten de werelden
De grote planeten brengen elk een schare manen mee. Jupiter en Saturnus hebben er de meeste: per 2026 staat de teller van Saturnus op 274, van Jupiter op 97. Veel van deze manen zijn tiny rotsblokken van een paar kilometer groot, pas recent ontdekt dankzij steeds krachtigere telescopen. De vier grote Galileïsche manen van Jupiter, ontdekt door Galileo Galilei in 1610, zijn werelden op zich. Ganymedes is groter dan Mercurius en heeft zijn eigen magnetisch veld. Europa heeft vermoedelijk een vloeibare oceaan onder zijn ijsoppervlak die tweemaal zoveel water bevat als alle aardeoceans. Io is het meest geologisch actieve object van het zonnestelsel, met honderden actieve vulkanen die zwavel uitspuwen.
Bij Saturnus is Titan het kroonjuweel: de enige maan met een substantiële atmosfeer in het zonnestelsel, bestaande uit stikstof en methaan. Bij temperaturen van -179 graden Celsius valt er methaan als regen, stroomt het in rivieren en verzamelt het zich in meren en zeeën. De NASA-missie Dragonfly is gepland voor na 2030 en zal een helikopterdrone naar Titan sturen. Bij Neptunus is Triton bijzonder: hij draait als enige grote maan in het zonnestelsel retrograad, in de tegengestelde richting van de planeet. Dat maakt hem vrijwel zeker een ingevangen object uit de Kuipergordel, vergelijkbaar met Pluto.
De kleinste en de grootste: het schaalprobleem
De verhouding tussen de kleinste en grootste planeet is bijna niet te vatten. Jupiters diameter is 28,6 keer die van Mercurius. Als Jupiter de grootte van een voetbalveld had, was Mercurius een cirkel van iets meer dan drie meter middellijn. En dan is Jupiter zelf ook maar een tiende van de zon. De zon op zijn beurt is een gewone ster vergeleken bij sterrenstelsels en de kosmische structuren daarboven.
Dat de vier binnenste planeten zo klein zijn ten opzichte van de buitenste, heeft een directe verklaring in de vorming van het zonnestelsel. Modellen als de Grand Tack-hypothese beschrijven hoe Jupiter vroeg in zijn bestaan naar binnen migreerde, de samenstelling van de planetoïdengordel doorheen sneed en het materiaal dat voor een grotere Mars beschikbaar was voor een groot deel opruimde. Dat is vermoedelijk waarom Mars zo opmerkelijk klein is in verhouding tot de aarde: Jupiter is zijn groei de weg gegaan. Zonder die kosmische ingreep had het zonnestelsel er vandaag anders uit kunnen zien.














