12 Grootste Ruimteschepen Ooit Gebouwd
Elk kilogram dat de ruimte in moet, kost tienduizenden euro's aan brandstof, engineering en stuwkracht. Dat maakt het bouwen van grote ruimteschepen tot een van de duurste en complexste uitdagingen die de mensheid ooit heeft aangegaan. Toch hebben we in ruim zestig jaar ruimtevaart een indrukwekkende reeks torenhoge raketten, modulaire ruimtestations en interplanetaire sondes de atmosfeer uit gestuurd, elk zwaarder en ambitieuzer dan hun voorganger.
Deze ranglijst is gebaseerd op de massa van het ruimtevaartuig in een baan om de aarde of daarbuiten, het criterium dat NASA, ESA en Roscosmos standaard hanteren. Afmetingen vertellen maar de helft van het verhaal: een ruimtestation met enorme zonnepanelen is qua spanwijdte indrukwekkend, maar weegt minder dan een compacte shuttle die volgeladen met brandstof en experimenten de dampkring verlaat. De massa's in dit overzicht zijn geverifieerd aan de hand van NASA-factsheets, ESA-documentatie en de Encyclopedia Britannica.
Wat opvalt als je de lijst doorloopt: de landen die grote ruimteschepen bouwen zijn te tellen op één hand. De Verenigde Staten, Rusland, China, Europa en Japan domineren de ruimtevaart al decennialang. Maar de verhoudingen verschuiven. Waar het ISS een toonbeeld is van internationale samenwerking, bouwt China in zijn eentje aan een rivaal. En met SpaceX' Starship dringt voor het eerst een privaat bedrijf door tot de top van deze lijst.
Cassini-Huygens
Cassini-Huygens was het zwaarste ruimtevaartuig dat ooit naar het buitenste deel van ons zonnestelsel werd gestuurd. De sonde bestond uit twee delen: het Amerikaanse Cassini-moederschip en de Europese Huygens-lander, vernoemd naar de Nederlandse astronoom Christiaan Huygens die in 1655 de Saturnusmaan Titan ontdekte.
De reis naar Saturnus duurde zeven jaar. Cassini-Huygens gebruikte zwaartekracht-assists van Venus (tweemaal), de aarde en Jupiter om voldoende snelheid op te bouwen. In juli 2004 arriveerde de sonde bij Saturnus, waar ze dertien jaar lang baanbrekend onderzoek deed. Huygens landde in januari 2005 op Titan en stuurde de eerste beelden van het oppervlak terug: een landschap van bevroren koolwaterstoffen dat verrassend veel leek op een kustlijn op aarde.
In september 2017 eindigde de missie met een geplande duik in de atmosfeer van Saturnus, de zogenaamde Grand Finale. NASA koos voor deze destructieve afsluiting om te voorkomen dat de sonde ooit op Titan of Enceladus zou crashen en die mogelijk levensvatbare manen zou besmetten met aardse micro-organismen.
💡 Wist je dat? De Huygens-lander zond tijdens zijn afdaling door de atmosfeer van Titan 72 minuten lang data terug naar Cassini. Eén van de twee communicatiekanalen faalde, waardoor bijna de helft van de foto's verloren ging. De oorzaak: een softwarebug die al voor de lancering bestond maar nooit was opgemerkt.
Europa Clipper
Met uitgevouwen zonnepanelen is Europa Clipper groter dan een basketbalveld: ruim 30 meter lang en bijna 18 meter breed. Het is daarmee het grootste ruimtevaartuig dat NASA ooit voor een planetaire missie heeft ontwikkeld. De sonde is onderweg naar Jupiter, waar ze de ijsmaan Europa van dichtbij gaat bestuderen.
Onder Europa's bevroren oppervlak bevindt zich volgens wetenschappers een oceaan van vloeibaar water die meer water bevat dan alle oceanen op aarde samen. Europa Clipper gaat onderzoeken of die oceaan de juiste chemische ingrediënten bevat voor leven. De sonde voert hiervoor 49 scheervluchten langs Europa uit, sommige op slechts 25 kilometer hoogte, met negen wetenschappelijke instrumenten waaronder een ijsdoordringende radar.
De aankomst bij Jupiter staat gepland voor april 2030, na een reis van bijna zes jaar. Onderweg gebruikt de sonde zwaartekracht-assists van Mars en de aarde om vaart te maken. Het wetenschappelijke programma begint in 2031.
💡 Wist je dat? Europa Clipper draagt een gedicht van de Amerikaanse dichter Ada Limón op een titaniumplaat, samen met 2,6 miljoen namen van aardse burgers die zich online aanmeldden. De buitenkant van de plaat toont een gegraveerde afbeelding van een hand in braille met het woord 'water'.
Hubble-ruimtetelescoop
De Hubble-ruimtetelescoop is het beroemdste wetenschappelijke instrument dat de mensheid ooit in de ruimte heeft geplaatst. In meer dan 35 jaar heeft Hubble ruim 1,5 miljoen waarnemingen gedaan en ons begrip van het heelal fundamenteel veranderd. Van de ontdekking dat het heelal versneld uitdijt tot de eerste directe beelden van exoplaneten: Hubble's bijdrage aan de sterrenkunde is ongeëvenaard.
Toch begon het rampzalig. Na de lancering in 1990 bleken de eerste beelden wazig. De hoofdspiegel van 2,4 meter doorsnee had een fabricagefout van slechts 2 micrometer, maar dat was genoeg om de beelden onbruikbaar te maken. In 1993 installeerden astronauten tijdens een spectaculaire reparatiemissie een correctielens, en Hubble leverde meteen de scherpste beelden die ooit vanuit de ruimte waren gemaakt.
De telescoop cirkelt op zo'n 540 kilometer hoogte om de aarde en maakt elke 95 minuten een omloop. De spaceshuttle heeft Hubble vijf keer bezocht voor onderhoud en upgrades. Sinds het einde van het shuttleprogramma in 2011 is er geen mogelijkheid meer om de telescoop fysiek te bereiken. Hubble draait inmiddels op een deel van zijn oorspronkelijke gyroscopen, maar NASA verwacht dat het instrument tot eind dit decennium operationeel kan blijven.
💡 Wist je dat? De spiegel van Hubble is zo precies geslepen dat als je hem zou opschalen tot de diameter van de aarde, de grootste oneffenheid slechts 15 centimeter zou bedragen.
Orion MPCV
Orion is het ruimtevaartuig dat astronauten opnieuw naar de Maan brengt, meer dan vijftig jaar na de laatste Apollo-missie. De capsule is gebouwd door Lockheed Martin en wordt aangedreven door een Europese servicemodule van Airbus, waarmee het een van de weinige echt trans-Atlantische ruimteprojecten is.
De eerste onbemande testvlucht rond de Maan, Artemis I, vond plaats in november 2022. Orion vloog verder van de aarde dan enig ander ruimtevaartuig dat is ontworpen om mensen te vervoeren: meer dan 430.000 kilometer. Het hitteschild van bijna 5 meter doorsnee, het grootste dat ooit is gebouwd, doorstond bij terugkeer temperaturen van bijna 2.800 graden Celsius.
Op 1 april 2026 lanceerde Artemis II vanaf Kennedy Space Center met vier astronauten aan boord: commandant Reid Wiseman, piloot Victor Glover, missiespecialist Christina Koch en de Canadees Jeremy Hansen. Het is de eerste bemande vlucht voorbij de lage aardbaan sinds Apollo 17 in 1972. De tiendaagse missie breekt meerdere records: Glover wordt de eerste zwarte astronaut voorbij de lage aardbaan, Koch de eerste vrouw, en Hansen de eerste niet-Amerikaan die de omgeving van de Maan bereikt. NASA herstructureerde begin 2026 het Artemis-programma: de eerste maanlanding verschuift naar Artemis IV, waarbij Orion samenwerkt met SpaceX' Starship als landingsvoertuig. Orion biedt ruimte aan maximaal vier astronauten en kan tot drie weken autonoom in de diepe ruimte opereren.
💡 Wist je dat? De boordcomputer van Orion is 20.000 keer langzamer dan een moderne smartphone. Dat is bewust: in de ruimte is betrouwbaarheid belangrijker dan snelheid, en de chips in Orion zijn specifiek ontworpen om bestand te zijn tegen kosmische straling.
Apollo CSM en maanlander
Het Apollo-ruimteschip bestond uit twee delen die als één geheel naar de Maan vlogen: de Command and Service Module (CSM) en de Lunar Module (LM), de maanlander. Samen vormden ze het zwaarste ruimtevaartuig dat ooit in een baan om de Maan is gebracht. Apollo 16 hield met 52.759 kilogram het record.
De CSM was het moederschip: een kegelvormige capsule met daarachter een cilindrische servicemodule vol brandstof, zuurstof en een krachtige raketmotor. De maanlander was een merkwaardig ding. Ontworpen om alleen in de vacuüm van de ruimte te functioneren, hoefde hij niet aerodynamisch te zijn. Het resultaat zag eruit als een insect op poten, bekleed met goudkleurige folie.
Twee astronauten daalden met de maanlander af naar het oppervlak terwijl de derde in de CSM om de Maan bleef cirkelen. Na hun maanwandeling steeg de bovenste helft van de lander weer op, koppelde aan de CSM, en de bemanning keerde huiswaarts. Tussen 1969 en 1972 voerden zes Apollo-missies een succesvolle maanlanding uit. Het hele systeem werd gelanceerd door de legendarische Saturn V-raket, die tot de komst van SpaceX' Starship de krachtigste draagraket in de geschiedenis bleef.
💡 Wist je dat? De boordcomputer van de Apollo-capsule had minder rekenkracht dan een moderne rekenmachine. De software werd met de hand geweven in zogenaamd 'rope memory': draadjes die door magnetische ringen werden geregen. Elke bit was letterlijk een fysiek draadje.
Skylab
Skylab was Amerika's eerste ruimtestation en een schoolvoorbeeld van creatief hergebruik. Het station was gebouwd uit de derde trap van een Saturn V-maanraket. In plaats van die trap als brandstoftank te gebruiken, richtte NASA de lege cilinder in als een laboratorium met twee verdiepingen: een werkruimte boven en slaapvertrekken, een keuken en zelfs een douche beneden.
Met 283 kubieke meter leefruimte was Skylab verrassend ruim. Ter vergelijking: het latere Russische ruimtestation Mir had in zijn beginjaren minder dan de helft van dat volume. Die ruimte was het directe gevolg van de enorme liftcapaciteit van de Saturn V, een luxe die geen enkele latere raket kon evenaren tot de komst van Starship.
De lancering op 14 mei 1973 verliep dramatisch. Een meteorietenschild scheurde tijdens de opstijging los en nam een van de twee grote zonnepanelen mee. De eerste bemanning moest bij aankomst eerst een geïmproviseerde parasol installeren om oververhitting te voorkomen. Ondanks die valse start ontving Skylab drie bemanningen van elk drie astronauten, die 24 weken aan experimenten uitvoerden. In 1979 stortte het station ongecontroleerd terug naar de aarde. Brokstukken kwamen terecht in West-Australië, waar het plaatsje Esperance NASA een symbolische boete stuurde voor het dumpen van afval.
💡 Wist je dat? De gemeente Esperance in West-Australië stuurde NASA in 1979 een boete van 400 Australische dollar voor het illegaal storten van afval nadat brokstukken van Skylab in hun regio terechtkwamen. NASA heeft de boete nooit betaald. In 2009 betaalde een Amerikaanse radiohost het bedrag alsnog namens NASA.
Tiangong
Tiangong, Chinees voor 'hemels paleis', is het jongste ruimtestation in een baan om de aarde en het enige naast het ISS. Het station bestaat uit drie modules in een T-vorm: de kernmodule Tianhe en twee laboratoriummodules, Wentian en Mengtian. Samen hebben ze een leefbaar volume van 340 kubieke meter, ongeveer een derde van het ISS.
China bouwde Tiangong noodgedwongen in zijn eentje. In 2011 verbood het Amerikaanse Congres via het Wolf Amendment elke samenwerking tussen NASA en Chinese ruimtevaartorganisaties, waardoor China effectief werd buitengesloten van het ISS. Het resultaat is een station dat compact maar modern is, met efficiëntere zonnepanelen en nieuwere levenssystemen dan de deels verouderde ISS-hardware.
Driemaal per jaar wisselt een Shenzhou-capsule de bemanning van drie taikonauten. Eind 2026 lanceert China de Xuntian-ruimtetelescoop, die in formatie met Tiangong vliegt en periodiek aan het station kan koppelen voor onderhoud. China heeft plannen om het station uit te breiden naar zeven bemanningsleden en meerdere extra modules, waarmee het qua capaciteit dichter bij het ISS zou komen. Met de geplande decommissie van het ISS rond 2030 kan Tiangong tijdelijk het enige operationele ruimtestation worden.
💡 Wist je dat? Tiangong herbergt experimenten uit zeventien landen, waaronder België en Nederland, ondanks het Amerikaanse verbod op samenwerking. De experimenten lopen via de Verenigde Naties, niet via NASA.
Boeran
De Boeran, Russisch voor 'sneeuwstorm', was het Sovjet-antwoord op de Amerikaanse spaceshuttle en vloog precies één keer. Op 15 november 1988 steeg de shuttle op vanaf kosmodroom Bajkonoer in Kazachstan, maakte twee omwentelingen om de aarde, en landde 206 minuten later volledig automatisch op de landingsbaan. Er zat niemand aan boord.
Die autonome vlucht was een technisch hoogstandje dat de Amerikanen op dat moment niet konden evenaren. De spaceshuttle kon niet zonder bemanning landen. Maar de politieke context was meedogenloos. De Sovjet-Unie was al aan het instorten. Het Boeran-programma had meer dan 20 miljard roebel gekost en er was geen geld meer voor een tweede vlucht.
Uiterlijk leek de Boeran sterk op de Amerikaanse shuttle, compleet met deltaachtige vleugels en een zwarte thermische bescherming op de buik. Maar er was een cruciaal verschil: de Boeran had geen eigen hoofdmotoren. Die zaten op de Energia-raket, de draagraket die het ruimteveer de ruimte in schoot. Die ontkoppeling maakte de Energia bruikbaarder, want de raket kon ook andere zware ladingen lanceren. In 2002 stortte het dak van de hangar op Bajkonoer in waar de enige gevlogen Boeran stond opgeslagen. Het ruimteveer werd onder het puin bedolven en vernietigd.
💡 Wist je dat? Het Boeran-programma produceerde vijf shuttles in verschillende stadia van voltooiing. Eén daarvan, de OK-GLI, werd omgebouwd tot een atmosferisch testmodel met eigen straalmotoren en is nu te bezichtigen in het Technik Museum Speyer in Duitsland.
Spaceshuttle
Dertig jaar lang was de spaceshuttle het beeldbepalende ruimtevaartuig van de mensheid. Tussen 1981 en 2011 vlogen vijf orbiters 135 missies, bouwden ze het ISS op, repareerden ze de Hubble-telescoop, lanceerden ze interplanetaire sondes en brachten ze honderden astronauten naar de ruimte. Geen enkel ruimtevaartuig was zo veelzijdig.
Het laadruim van de shuttle was 18 meter lang en 4,5 meter breed, groot genoeg voor complete ISS-modules. Die capaciteit was uniek. Zonder de shuttle had het ISS simpelweg niet gebouwd kunnen worden: 37 van de 42 assemblage vluchten werden door een shuttle uitgevoerd. De orbiter kon tot 24.000 kilogram aan lading meenemen naar een lage aardbaan en, minstens zo belangrijk, lading mee terug naar de aarde nemen.
De prijs was hoog, in alle opzichten. Elke lancering kostte naar schatting 1,5 miljard dollar, vele malen meer dan oorspronkelijk beloofd. En twee missies eindigden in rampen die de wereld schokten. In 1986 explodeerde Challenger 73 seconden na de lancering door een falend O-ring in een van de boosterraketten. In 2003 brak Columbia uiteen bij terugkeer in de atmosfeer nadat isolatieschuim tijdens de lancering een gat in het hitteschild had geslagen. Veertien astronauten verloren het leven.
💡 Wist je dat? De spaceshuttle Discovery vloog 39 missies, meer dan elke andere orbiter. Het toestel bracht de Hubble-ruimtetelescoop in een baan, lanceerde de Ulysses-zonnesonde, en vloog de eerste post-Challenger en de eerste post-Columbia herstelmissie. Discovery staat nu in het Smithsonian.
Mir
Mir, Russisch voor 'vrede' of 'wereld', was het eerste ruimtestation dat permanent werd bewoond en het langstlevende tot de komst van het ISS. Vijftien jaar lang draaide dit Russische complex om de aarde, van 1986 tot 2001. Het station groeide in die periode van een enkele module tot een complex van zeven gekoppelde onderdelen met een massa van bijna 130 ton.
Het leven aan boord was niet altijd comfortabel. Mir kampte in zijn latere jaren met constante technische problemen: lekke koelvloeistof, uitvallende computers, een brand in een zuurstofgenerator en zelfs een botsing met een onbemand bevoorradingsschip dat een gat in een module sloeg. Kosmonauten moesten regelmatig noodreparaties uitvoeren met middelen die je eerder in een garage zou verwachten dan in een ruimtestation.
Toch was Mir baanbrekend. Het station bewees dat mensen jarenlang in de ruimte konden leven en werken. Kosmonaut Valeri Poljakow bracht er 437 dagen onafgebroken door, een record dat tot 2024 standhield. Tussen 1995 en 1998 vloog de Amerikaanse spaceshuttle elf keer naar Mir, een samenwerking die de basis legde voor het ISS. In maart 2001 liet Rusland Mir gecontroleerd in de atmosfeer vergloeien. Brokstukken regenden neer in de Stille Oceaan.
💡 Wist je dat? Tijdens de Shuttle-Mir-missies in de jaren negentig vormde het aan elkaar gekoppelde complex van spaceshuttle en Mir tijdelijk het zwaarste kunstmatige object in een baan om de aarde: 242 ton. Dat record hield stand tot het ISS groot genoeg werd.
Starship
SpaceX' Starship is het grootste en krachtigste ruimtevaartuig dat ooit is gebouwd. Het complete systeem bestaat uit twee delen: de Super Heavy-booster met 33 Raptor-motoren als eerste trap, en de Starship-boventrap die zelf ook Starship heet. Samen staan ze 120 meter hoog, tien meter hoger dan de legendarische Saturn V, en leveren ze bij lancering meer dan 74 meganewton stuwkracht. Dat is tweemaal de kracht van de Saturn V.
Het doel is even ambitieus als het vaartuig groot is: Starship moet volledig herbruikbaar worden, als een soort vrachtvliegtuig voor de ruimte. SpaceX wil de kosten per kilogram naar een lage aardbaan terugbrengen tot een fractie van wat het nu kost. De boventrap kan tot 100 passagiers of meer dan 100 ton vracht vervoeren. NASA heeft Starship geselecteerd als maanlander voor het Artemis-programma.
Tot en met begin 2026 heeft Starship elf testvluchten gemaakt, met wisselend succes. De Super Heavy-booster werd voor het eerst opgevangen door de enorme mechanische armen van de lanceringstoren, de 'chopsticks', in oktober 2024. Vlucht 12, gepland voor april 2026, wordt de eerste met de volledig vernieuwde V3-versie en de nieuwe Raptor 3-motoren. SpaceX mikt op onbemande testvluchten naar Mars eind 2026.
💡 Wist je dat? De romp van Starship is gemaakt van roestvrij staal in plaats van de koolstofvezelcomposieten die gangbaar zijn in de lucht- en ruimtevaart. Reden: staal is twintig keer goedkoper, makkelijker te lassen, en behoudt zijn sterkte beter bij de extreme temperatuurverschillen van terugkeer in de atmosfeer.
Internationaal ruimtestation ISS
Het Internationaal ruimtestation is met afstand het grootste en zwaarste door mensen gemaakte object dat ooit in een baan om de aarde heeft gedraaid. Met een massa van meer dan 420 ton weegt het ISS bijna evenveel als 300 personenauto's. Van punt tot punt meten de zonnepanelen 109 meter, een meter korter dan een Amerikaans footballveld inclusief eindzones. De modules zelf strekken zich over 74 meter uit.
Sinds 2 november 2000 is het station onafgebroken bewoond. Meer dan 294 mensen uit 26 landen hebben het ISS bezocht in ruim 25 jaar. Het station draait op zo'n 400 kilometer hoogte om de aarde, maakt elke 90 minuten een volledige omloop, en is met het blote oog zichtbaar als een heldere, niet-knipperende lichtpunt aan de avondhemel.
Het bouwen van het ISS was een logistieke krachttoer zonder weerga. 42 assemblage vluchten waren nodig om alle modules en constructiedelen in een baan te brengen, 37 daarvan per spaceshuttle. Vijf ruimtevaartorganisaties uit vijftien landen werken samen aan het station, elk verantwoordelijk voor hun eigen hardware. Die internationale samenwerking overleefde de Koude Oorlog, diplomatieke crises en zelfs de oorlog in Oekraïne. Begin 2026 stemde het Amerikaanse Congres voor verlenging van het ISS tot minstens 2032, maar de ontmanteling komt dichterbij. NASA werkt al aan een plan om het station gecontroleerd in de Stille Oceaan te laten neerstorten.
💡 Wist je dat? Het ISS is niet in één keer gelanceerd maar modulair opgebouwd in de ruimte, als een soort Lego-set op 400 kilometer hoogte. De eerste twee modules, het Russische Zarja en het Amerikaanse Unity, werden in december 1998 aan elkaar gekoppeld door astronauten in een ruimtewandeling. Daarna duurde het nog 23 jaar voordat het station zijn huidige omvang bereikte.
Massa is de munteenheid van de ruimtevaart
Waarom is massa zo belangrijk in de ruimte? Het antwoord is simpel: elke kilogram die de aardatmosfeer moet verlaten, kost energie. Veel energie. Om een object in een lage aardbaan te krijgen, is ongeveer 32,9 miljoen joule per kilogram nodig. Dat vertaalt zich direct naar brandstofkosten, en dus naar geld. Tijdens de begindagen van de spaceshuttle kostte elke kilogram naar de ruimte omgerekend zo'n 85.000 dollar. SpaceX' Falcon Heavy bracht dat in 2020 terug naar ongeveer 950 dollar per kilogram. Starship belooft dat bedrag nog verder te verlagen.
Die economische realiteit verklaart waarom ruimtevaartuigen tot op de gram worden geoptimaliseerd. Ingenieurs besteden maanden aan het schrappen van een paar kilogram hier, het vervangen van een materiaal daar. Aluminium in plaats van staal, koolstofvezel in plaats van aluminium, en soms helemaal geen materiaal waar je het kunt weglaten. Elke gram die niet de ruimte in hoeft, is een gram nuttige lading die er wél heen kan.
De ruimtewedloop is terug, met nieuwe spelers
Kijk naar de lijst en een patroon wordt zichtbaar: tot 2020 was de ruimtevaart een zaak van overheden. NASA, Roscosmos, ESA. De grootste ruimteschepen werden gebouwd met belastinggeld, goedgekeurd door parlementen, en gelanceerd door ambtenaren in witte jassen. Dat tijdperk loopt ten einde.
SpaceX' Starship is het zwaarste commercieel ontwikkelde ruimtevaartuig ooit. Blue Origin's New Glenn vloog voor het eerst in januari 2025 en mikt op de zware lanceeermarkt. China bouwt in zijn eentje aan een rivaal voor het ISS en plant een bemande maanlanding voor 2030. India, Japan en zelfs de Verenigde Arabische Emiraten investeren miljarden in hun ruimtevaartprogramma's. De ruimte is niet langer het exclusieve domein van twee continenten.
De verhoudingen verschuiven ook binnen het ISS-partnerschap. De oorlog in Oekraïne zette de samenwerking tussen NASA en Roscosmos onder zware druk, maar beide partijen bleven pragmatisch: op 400 kilometer hoogte kun je het je niet veroorloven om ruzie te maken als je afhankelijk bent van elkaars hardware. Met de geplande decommissie van het ISS rond 2030 moeten de partners wel nadenken over wat er daarna komt. NASA hoopt dat commerciële partijen als Axiom Space en Vast het overnemen.
Van 77 ton in één lancering naar 420 ton in 42 vluchten
Een opvallend verschil tussen oudere en nieuwere ruimtestations is hoe ze in een baan kwamen. Skylab werd in 1973 in één keer gelanceerd door een Saturn V: 77 ton in één klap de ruimte in. Dat was mogelijk omdat de Saturn V een enorme liftcapaciteit had. Na het einde van het Apollo-programma verdween die capaciteit. De spaceshuttle kon 'slechts' 24 ton per vlucht meenemen, en de Russische Proton-raket ongeveer 20 ton.
Dat betekende dat het ISS, vijf keer zo zwaar als Skylab, modulair moest worden gebouwd. Elke module werd apart gelanceerd en in de ruimte aan de rest gekoppeld, een proces van robotarmen, ruimtewandelingen en millimeterprecisie op orbitale snelheid. Het duurde dertien jaar van de eerste lancering in 1998 tot de voltooiing van het Amerikaanse segment in 2011.
Starship zou die vergelijking op zijn kop zetten. Met een beoogde liftcapaciteit van meer dan 100 ton naar een lage aardbaan zou je een station ter grootte van Skylab in één vlucht kunnen lanceren, en een ISS-achtig complex in vier of vijf vluchten. Dat verklaart waarom ruimtevaartorganisaties wereldwijd met meer dan gewone belangstelling naar SpaceX' testvluchten kijken.
De vergeten reuzen die nooit vlogen
Niet elk groot ruimteschip heeft de lanceringsplatform gehaald. De geschiedenis van de ruimtevaart ligt bezaaid met ambitieuze ontwerpen die om financiële, politieke of technische redenen werden geannuleerd. De Sovjet-Russische N1, het directe antwoord op de Saturn V, explodeerde bij alle vier de testlanceringen tussen 1969 en 1972. De tweede poging eindigde in een van de grootste niet-nucleaire explosies uit de geschiedenis toen de raket terugviel op zijn eigen lanceerplatform.
NASA's Ares V, bedoeld als de zware draagraket voor het Constellation-programma, werd in 2010 geschrapt voordat hij ooit vloog. Hetzelfde geldt voor het Sea Dragon-concept uit de jaren zestig: een 150 meter hoge raket die vanaf zee zou worden gelanceerd en 550 ton naar een baan om de aarde kon brengen. Het ontwerp was technisch haalbaar maar financieel onmogelijk.
China's Long March 9, een superraket die 150 ton naar een lage aardbaan moet kunnen brengen, is nog in ontwikkeling en beoogt operationeel te zijn begin jaren dertig. Als dat lukt, wordt het de op twee na krachtigste draagraket ooit, na Starship en de Saturn V.
Laatst gecontroleerd: 2 april 2026


















-600x400.webp)